Nieuwe koudemiddelcertificaten A1-E: wat betekent dit voor monteurs?

Vanaf september 2025 verandert de certificering voor monteurs die met koudemiddelen werken ingrijpend: nieuwe A1-E certificaten maken het werk veiliger en toekomstbestendig. Ontdek wat deze overgang betekent voor jouw vakmanschap en hoe je je kunt voorbereiden op de energietransitie!

Vanaf september 2025 ondergaat de certificering van monteurs in Nederland die werken met koudemiddelen een ingrijpende verandering. De traditionele F-gassencertificaten en aparte bewijzen voor natuurlijke koudemiddelen maken plaats voor een uniform systeem met certificaten van A1 tot en met E. Deze nieuwe structuur sluit nauw aan bij de Europese F-gassenverordening en breidt de certificeringsplicht uit naar propaan, isobutaan, CO₂ en ammoniak, die nu onder dezelfde regelgeving vallen.

Voor installateurs en monteurs die zich bezighouden met warmtepompen zijn vooral de A1- en A2-certificaten van belang. Het A1-certificaat geeft bevoegdheid voor alle werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit van systemen met F-gassen en koolwaterstoffen, ongeacht de hoeveelheid koudemiddel. Het A2-certificaat richt zich op kleinere installaties, zoals residentiële warmtepompen, met beperkte koudemiddelinhoud. Daarnaast zijn er specialistische certificaten voor CO₂ (B), ammoniak (C) en specifieke taken zoals terugwinning van F-gassen (D) en beperkte werkzaamheden zonder openen van het circuit (E).

Een opvallend verschil met het oude systeem is dat de nieuwe certificaten slechts zeven jaar geldig zijn, waarna hercertificering verplicht is. Dit is een reactie op de snelle ontwikkelingen in de markt, waaronder strengere regelgeving en de groeiende toepassing van natuurlijke koudemiddelen. Voor ervaren monteurs met een bestaand F-gassencertificaat of vakbekwaamheidsbewijs voor natuurlijke koudemiddelen geldt een overgangsregeling, waarbij zij vaak via een verkort traject het nieuwe certificaat kunnen behalen.

Voor bedrijven is het essentieel om nu in kaart te brengen welke medewerkers welk certificaat nodig hebben, zodat de overgang soepel verloopt en de kwaliteit en veiligheid op de werkvloer gewaarborgd blijven. Opleidingscentra zoals GO° bieden trainingen die niet alleen gericht zijn op het examen, maar vooral op de praktische vaardigheden en veiligheidsroutines die monteurs dagelijks toepassen. Michel van Bronckhorst, trainer bij GO°, benadrukt dat deze nieuwe certificeringsstructuur aangeeft dat werken met natuurlijke koudemiddelen geen uitzondering meer is, maar de norm wordt binnen de koel- en warmtepompbranche [[[3]]].

Deze veranderingen komen op een moment dat de vraag naar warmtepompen en duurzame installaties sterk toeneemt, vooral in stedelijke gebieden zoals Amsterdam en Almere, waar veel gespecialiseerde installateurs actief zijn [enrichment_0], [enrichment_1]. Het is daarom van groot belang dat professionals tijdig investeren in kennis en certificering, zodat zij klaar zijn voor de toekomst en kunnen bijdragen aan een veilige en duurzame installatiepraktijk.

Kortom, de invoering van de nieuwe koudemiddelcertificaten A1-E markeert een belangrijke stap in het professionaliseren van de koel- en warmtepompsector. Door deze uniforme en actuele certificering wordt niet alleen voldaan aan Europese regelgeving, maar wordt ook de kwaliteit en veiligheid in de praktijk versterkt. Monteurs en bedrijven die hierop anticiperen, zijn beter voorbereid op de uitdagingen en kansen die de energietransitie met zich meebrengt.

Deel dit bericht